Rust nemen voelt soms pas toegestaan als alles af is

Wanneer pak jij eigenlijk een moment voor jezelf?

En dan bedoel ik niet even snel koffie drinken terwijl je ondertussen je berichten leest en beantwoordt. Niet op de bank zitten terwijl je hoofd nog bezig is met alles wat nog moet. Ook niet douchen terwijl je in gedachten alweer drie stappen verder bent.

Maar echt een moment voor jezelf.

Zonder schuldgevoel.
Zonder haast.
Zonder het gevoel dat je eigenlijk iets anders zou moeten doen.

Hoe kijk jij daarnaar?

Is rust nemen voor jou vanzelfsprekend, of voelt het alsof je daar eerst toestemming voor nodig hebt?

We leven niet meer in een tijd waarin de rollen zo duidelijk verdeeld waren. Vroeger werd er vaak verwacht dat een vrouw thuis was, het huishouden deed en voor de kinderen zorgde. Tegenwoordig is dat anders.

Sommige vrouwen werken niet, maar veel werken tegenwoordig parttime of fulltime. Ze blijven zich ontwikkelen. Ze bouwen iets op. Daarnaast zorgen ze vaak nog steeds voor hun gezin, het huishouden en alles wat daaromheen geregeld moet worden.

De verwachtingen zijn niet minder geworden.

Ze zijn eerder toegenomen.

Werken wordt vaak verwacht.
Het zorgen gaat gewoon door.
Het huishouden en de planning moeten blijven lopen.
Je moet blijven schakelen, regelen en opvangen.

Ondertussen moet je ook nog gezond leven, goed voor jezelf zorgen, er een beetje verzorgd uitzien, sociaal blijven, betrokken zijn, sterk zijn, rustig reageren en vooral niet te veel klagen.

Iedereen heeft het druk. Dus je gaat door.

Je past je dag aan wanneer er op school iets verandert. Een studiedag. Een zieke juf. Een berichtje in de app. Of je alsjeblieft iets kunt regelen. Je kind moet bijvoorbeeld eerder opgehaald worden, of er moet ineens iets anders worden opgelost.

En natuurlijk probeer je dat te doen. Het gaat tenslotte om je kind.

Maar op je werk rekenen ze ook op je. Het huishouden ligt ook nog steeds te wachten. En dan is er nog dat eindeloze to-do lijstje in je hoofd. Ergens tussendoor moet jij zelf ook nog overeind blijven.

Alleen komt dat vaak als laatste aan de beurt.

Niet omdat je jezelf niet belangrijk vindt, maar omdat er steeds iets is wat harder roept.

De was.
De boodschappen.
Het eten.
Een kind dat iets nodig heeft.
Werk dat af moet.
Een afspraak.
Een berichtje.
Een rekening.
Iemand die vraagt of je even kunt helpen.

Zo schuift jouw rust steeds verder naar achteren. Niet expres. Dit gebeurt gewoon.

Je zegt tegen jezelf: straks.

Straks, als dit af is.
Straks, als het huis opgeruimd is.
Straks, als de kinderen rustig zijn.
Straks, als mijn werk klaar is.
Straks, als niemand meer iets van mij nodig heeft.

Alleen blijft dat moment vaak net een stukje verder weg. Er is altijd wel iets.

Nog een taak.
Nog een bericht.
Nog iets dat je eigenlijk nog even zou moeten doen.

Herken je dat? Dat je pas gaat zitten als alles gedaan is?

Maar alles is nooit echt gedaan. Er komt altijd wel weer iets nieuws bij.

Dat is misschien wel het meest vermoeiende. Niet alleen de hoeveelheid taken, maar vooral het gevoel dat jij verantwoordelijk bent om alles in orde te houden.

Dat jij degene bent die het overzicht moet bewaren.
Die moet zien wat er nodig is.
Die moet zorgen dat niemand iets tekortkomt.

En als je alleenstaande ouder bent, wordt dat nog zwaarder.

Dan ben je niet alleen degene die zorgt. Je bent ook degene die beslist, opvangt, werkt, regelt, troost, corrigeert, luistert, plant en doorgaat.

Niet af en toe. Elke dag weer. Dan voelt rust soms bijna als iets wat je moet verdienen.

Alsof je pas mag stoppen wanneer je genoeg hebt gedaan. Eerst moet alles onder controle zijn. Eerst moet alles geregeld zijn. Eerst moet je zeker weten dat niemand anders iets nodig heeft.

Alsof je toestemming nodig hebt om even niets te hoeven.

Maar van wie wacht je eigenlijk op toestemming?

Van je werk?
Van je kinderen?
Van je omgeving?
Van het huis?
Van je to-do lijst?

Of misschien vooral van jezelf?

Soms verwacht onze omgeving veel van ons. Maar soms zijn wij zelf degene die de lat nog hoger leggen.

We vinden dat we het moeten kunnen. Dat we niet mogen zeuren en andere vrouwen toch ook doen. We moeten sterk zijn. We mogen niet instorten en we mogen pas rust nemen als niemand er last van heeft.

Alleen komt rust die niemand iets mag kosten bijna nooit. Echte rust vraagt ruimte.

En ruimte nemen voelt ongemakkelijk als je gewend bent om jezelf steeds onderaan te zetten.

Dan kan zelfs een half uur voor jezelf voelen alsof je iets verkeerd doet.

Dan zit je eindelijk even stil, maar je hoofd gaat dan alsnog door.

Eigenlijk zou ik de was moeten doen.
Moet ik niet nog iets voorbereiden?
Is het egoïstisch dat ik nu even niets doe?
Wat als iemand mij nodig heeft?

Voor je het weet, sta je alweer op. Niet omdat je uitgerust bent.
Maar omdat de onrust in jezelf te groot wordt. Dus kies je er toch weer voor om eerst iets te doen wat “moet”.

Daar verliezen veel vrouwen zichzelf in. Niet in één grote beslissing.

Maar in honderden kleine momenten waarop ze zichzelf overslaan.

Even niet zitten.
Even je gevoel wegduwen.
Even geen rust nemen.
Even niet aangeven dat het te veel is.
Even doorgaan, omdat het nu niet uitkomt om stil te vallen.

Je staat op automatische piloot. Je gaat van taak naar taak. Er is weinig ruimte voor je eigen signalen, dus je blijft doorgaan. Je weet ergens dat je rust nodig hebt. Alleen weet je niet altijd hoe je die rust mag pakken zonder schuldgevoel.

Dat los je meestal niet op door meteen alles om te gooien.
Het begint veel kleiner.
Met erkennen dat jij ook op je eigen lijstje hoort.
Niet onderaan, als er toevallig nog tijd over is.
Maar ergens waar je jezelf niet steeds vergeet.
Voor jezelf zorgen betekent niet dat je de rest laat vallen.
Het betekent dat jij jezelf niet blijft opofferen om alles overeind te houden.
Het betekent dat je jezelf serieus neemt voordat je helemaal leeg bent.
Dat je niet wacht tot je lichaam je dwingt om te stoppen.
Dat je niet pas rust neemt wanneer alles af is.

Alles is namelijk nooit af. Misschien mag je stoppen met jezelf zien als een taak die je later nog wel een keer oppakt.
Je draagt zoveel. Dan mag je ook ruimte hebben om adem te halen.

Misschien is de vraag dus niet alleen:

Wanneer heb ik tijd voor mezelf?

Maar ook:

Waarom vind ik dat ik pas rust mag nemen als alles gedaan is?
Wat gebeurt er als ik even stop?
Wie stel ik teleur als ik vandaag ook voor mezelf kies?

Vaak zijn we streng voor onszelf. Kijk eens naar je antwoorden op deze vragen en vraag jezelf af:

Klopt dit eigenlijk nog?

Dit zijn geen vragen om jezelf mee af te kraken. Het zijn vragen om eerlijker te kijken.

Naar de manier waarop je doorgaat.
Naar de lat die je voor jezelf legt.
Naar het schuldgevoel dat opkomt zodra jij ruimte inneemt.
Naar de gedachte dat jij pas telt als alles en iedereen verzorgd is.

Terug naar jezelf gaan begint niet altijd met meer doen.

Soms begint het met stoppen. Niet omdat alles klaar is.

Maar omdat jij rust nodig hebt.

Wil je daar rustig mee beginnen? In mijn gratis reflectie Terug naar jezelf vind je 7 eerlijke vragen die je helpen ontdekken waar jij jezelf misschien steeds voorbijloopt.

Niet om jezelf te veroordelen.

Wel om te zien waar je jezelf weer wat meer ruimte mag geven.

Vorige
Vorige

Je weet vaak precies wat een ander nodig heeft, maar niet wat jij nodig hebt

Volgende
Volgende

Waarom grenzen stellen zo moeilijk voelt als je altijd hebt geleerd om mee te bewegen