Waarom grenzen stellen zo moeilijk voelt als je altijd hebt geleerd om mee te bewegen
Grenzen stellen klinkt vaak alsof het iets is wat je gewoon moet doen. Gewoon simpel.
Alsof er ergens een duidelijke grens ligt, je die alleen nog hoeft uit te spreken, en daarna alles vanzelf verandert.
Maar voor veel vrouwen voelt het helemaal niet zo simpel.
Niet omdat ze niet willen. Niet omdat ze niet sterk genoeg zijn. Maar omdat ze al heel vroeg hebben geleerd om vooral mee te bewegen.
Als kind begint dat vaak heel gewoon.
Je leert luisteren naar je moeder, je vader, je opa’s en oma’s. Je leert wachten op je beurt. Je leert dat je niet altijd overal je mening hoeft te laten horen. Je leert dat je je moet gedragen in de klas, aan tafel, op bezoek, bij familie en op school.
En natuurlijk is dat niet allemaal verkeerd. Kinderen hebben structuur nodig om mee te kunnen draaien in de samenleving. Samenleven vraagt om rekening houden met elkaar.
Maar het legt ook een basis voor je volwassen leven.
Zeker bij meisjes wordt lief gedrag vaak sterk beloond. Als een jongen druk is of niet luistert, wordt er al snel gezegd: ach, het zijn jongens. Maar van meisjes wordt vaak iets anders verwacht.
Lief zijn. Rustig zijn. Rekening houden. Niet te veel ruimte innemen.
Zo leer je niet alleen om rekening te houden met anderen. Je leert ook voelen wanneer je beter stil kunt zijn om de sfeer niet te verpesten. Wanneer je beter geen gedoe kunt maken. Wanneer je beter mee kunt doen met de rest.
Niet te hard praten.
Niet te veel opvallen.
Niet moeilijk doen.
Vooral niet buiten de groep vallen en dat neem je ongemerkt mee.
Van school naar werk. Van thuis naar vriendschappen. Van familie naar relaties. Van relaties naar nieuwe gezinnen, clubjes, afspraken en verwachtingen.
Steeds opnieuw pas je jezelf aan. Je voelt wat het meest handig is voor het moment. Welk gewenst gedrag op dat moment nodig is. Wat er moet gebeuren om de sfeer goed houden. Je weet hoe je kunt voorkomen dat iemand geïrriteerd raakt, boos wordt of teleurgesteld is.
En voordat je het weet, noem je het volwassen zijn.
Je zegt dat je rekening houdt met anderen. Dat je de rust bewaart. Dat je geen zin hebt in gedoe. Dat je erboven staat. Maar soms is dat niet de hele waarheid. Soms ben je helemaal niet rustig. Soms slik je iets in.
Soms laat je iets gebeuren waarvan je eigenlijk voelt: dit klopt niet voor mij.
Alleen is dat gevoel niet altijd genoeg om er iets van te zeggen.
Want zodra je wel iets zegt, ontstaat er spanning. Niet alleen bij de ander, maar ook in jezelf.
Ik herken dat.
Toen mijn ex en ik uit elkaar gingen, kwam er iemand in beeld die heel sterk aanwezig was. Alles moest op haar manier. Er was veel commentaar, druk en spanning. Het voelde alsof ik weinig goed kon doen.
En wat ik vooral hoorde, was dat ik haar moest negeren.
Laat haar maar.
Geef er geen aandacht aan, dan stopt ze vanzelf.
Ze is waarschijnlijk zelf onzeker.
Hou je rustig, anders wordt het alleen maar lastiger.
Op papier klinkt dat verstandig. Niet overal op reageren. Loslaten. Niet meegaan in de strijd. De grotere persoon zijn. Dus vanuit mezelf, maar ook door de druk uit mijn omgeving, hield ik me stil.
Ik ging haar uit de weg.
Niet één keer, maar steeds opnieuw.
Ik hoopte dat het vanzelf minder zou worden. Dat het saai zou worden als ik niet reageerde. Dat het zou stoppen als ik maar rustig bleef.
Maar het stopte niet. Het werd niet vanzelf beter. Het werd zelfs erger.
En ondertussen leerde ik mezelf opnieuw hetzelfde als vroeger: slik het maar in. Houd je maar rustig. Maak vooral geen golven. Pas je maar aan, want dan blijft het tenminste een beetje beheersbaar.
Vanuit mijn omgeving werd er sterk op aangedrongen om niets te doen. Het werd kleiner gemaakt dan het voor mij aanvoelde. Alsof het vooral verstandig was om mijn mond te houden en te wachten tot het vanzelf overging. Dat was het makkelijkste voor mijn omgeving.
De druk van buiten bleef toenemen en ook vanbinnen nam de druk ook toe.
Ik voelde spanning. Frustratie. Onrecht. Machteloosheid. Maar omdat ik al zo gewend was om mezelf in te houden, duurde het lang voordat ik serieus nam wat mijn lichaam eigenlijk al aangaf.
Dit gaat te ver. Pas toen het een keer echt verkeerd liep, kwam er verandering.
En dat is pijnlijk om terug te zien.
Niet omdat ik mezelf nu wil veroordelen. Ik deed wat ik toen kon, met de kennis die ik toen had. Met de angst, de spanning en het gevoel dat ik toch moest blijven doorgaan.
Maar ik zie nu wel hoe snel “rust bewaren” kan veranderen in jezelf verlaten.
Want dat is wat er soms gebeurt.
Je denkt dat je sterk bent omdat je niets zegt.
Je denkt dat je wijs bent omdat je erboven staat.
Je denkt dat je volwassen reageert omdat je geen drama maakt.
Maar ondertussen wordt jouw grens steeds verder opgerekt.
En dat maakt grenzen stellen zo ingewikkeld. We roepen vaak dat mensen beter hun grenzen moeten aangeven. Maar zodra iemand dat echt doet, wordt het ongemakkelijk.
Dan vinden mensen je ineens fel. Moeilijk. Gevoelig. Egoïstisch. Niet flexibel genoeg.
Of ze willen je terug in het hokje waar je altijd in zat.
Niet zo piepen.
Niet tegen de stroom in gaan.
Niet moeilijk doen.
Gewoon weer meebewegen.
En precies daar zit het lastige. Want als je je hele leven hebt geleerd om mee te bewegen, voelt een grens niet meteen als kracht. Een grens voelt eerst vaak als gevaar.
Alsof je iets kapotmaakt.
Alsof je iemand teleurstelt.
Alsof je buiten de groep valt.
Alsof je niet meer lief, makkelijk of redelijk bent.
Terwijl je eigenlijk alleen probeert jezelf serieus te nemen. Een grens is niet altijd een harde muur. Vaak begint het veel kleiner.
Met een moment van eerlijkheid.
Dit voelt niet goed.
Dit wil ik niet meer.
Dit kost mij te veel.
Hier ga ik niet langer in mee.
Maar dat kleine moment kan enorm groot voelen als je gewend bent om jezelf aan te passen, want jouw grens verandert niet alleen iets voor jou. Hij verandert ook iets voor je omgeving.
Iemand die gewend was dat jij stil bleef, hoort ineens jouw stem.
Iemand die gewend was dat jij inschikte, krijgt ineens een nee.
Iemand die gewend was dat jij het wel droeg, merkt ineens dat je het niet meer draagt.
Dat vindt niet iedereen even prettig. En dat betekent niet automatisch dat jouw grens verkeerd is. Het betekent vaak alleen dat het oude patroon niet meer werkt.
Herken je dat?
Dat je vooral hebt geleerd om niet lastig te zijn. Om de sfeer aan te voelen. Om rekening te houden met wat een ander nodig heeft. Om spanning te voorkomen voordat die ontstaat.
Daar kun je heel goed in worden.
Zo goed dat je pas laat merkt dat je jezelf opnieuw hebt overgeslagen.
Dat je ja hebt gezegd terwijl iets in jou nee voelde.
Dat je hebt gelachen terwijl je eigenlijk geraakt was.
Dat je rustig bleef terwijl je vanbinnen trilde.
Dat je dacht: laat maar, terwijl je eigenlijk wilde zeggen: dit gaat te ver.
Dan is grenzen stellen niet zomaar een kwestie van een zin leren.
Het is opnieuw leren luisteren naar jezelf.
Naar je lichaam en je gevoel. Spanning in je lichaam. Het gevoel van irritatie. Een keer gaan luisteren naar het kleine stemmetje dat vaak eerder weet wat klopt dan je hoofd wil toegeven.
Dat hoeft niet in één keer groot. Je hoeft niet ineens hard te worden. Je hoeft niet overal tegenin te gaan. Je hoeft niet alles wat vroeger gebeurde opnieuw open te trekken. Maar je mag wel gaan kijken.
Waar houd ik mezelf nog stil?
Waar noem ik iets rust bewaren, terwijl ik eigenlijk bang ben voor de reactie van een ander?
Waar laat ik iemand te ver gaan omdat ik hoop dat het vanzelf stopt?
Waar pas ik me aan, terwijl ik mezelf daarmee kwijtraak?
Dat zijn eerlijke vragen. Geen makkelijke vragen, maar wel vragen die je dichter bij jezelf brengen.
Want grenzen stellen begint niet pas bij het moment dat je iets hardop zegt tegen een ander.
Het begint eerder.
Bij het moment waarop je jezelf gelooft.
Bij het moment waarop je niet meer automatisch denkt: laat maar.
Bij het moment waarop je voelt: dit is ook belangrijk, ook al vindt een ander dat ongemakkelijk.
Soms was jezelf aanpassen vroeger nodig. Het gaf rust. Het gaf veiligheid. Het zorgde ervoor dat je erbij hoorde.
Maar niet alles wat je vroeger heeft geholpen, hoeft je nu nog te sturen.
Je mag opnieuw kiezen.
Wat wil ik vasthouden?
Wat past nog bij mij?
Wat beschermt mij echt?
En wat houdt mij vooral klein?
Dat is één van de moeilijkste stukken van grenzen stellen. Niet alleen leren nee zeggen tegen een ander.
Maar ook leren stoppen met jezelf terugduwen in de rol waarin je altijd paste.
Wil je daar rustig naar kijken? In mijn gratis reflectie Terug naar jezelf vind je 7 eerlijke vragen die je helpen ontdekken waar jij jezelf misschien nog voorbijloopt, welke oude patronen je meedraagt en wat je stap voor stap mag loslaten.
Niet om jezelf te veroordelen.
Wel om jezelf weer serieuzer te nemen.