Wat je vroeger leerde, draag je nu nog met je mee.
Je zegt ja terwijl je nee voelt.
Je houdt je mening voor je.
Je past je aan.
Je voelt spanning als iemand teleurgesteld is.
Je maakt jezelf kleiner, terwijl je ergens weet dat je meer te zeggen hebt.
En dan kun je denken: waarom doe ik dit toch steeds?
Maar veel van wat we nu doen, is niet zomaar ontstaan. Het komt ergens vandaan. Uit ervaringen, uit herhaling en uit wat vroeger veilig voelde.
Als kind leer je uit momenten wat wel werkte en wat niet.
Je bent als kind nog niet bewust bezig met persoonlijke ontwikkeling, grenzen stellen of jezelf trouw blijven. Vaak ben je vooral bezig met erbij horen. Met warmte voelen om je heen. Met liefde krijgen. Met goedkeuring voelen van anderen en vooral niet afgewezen worden.
Dus je kijkt om je heen en je leert.
Wat levert aandacht op?
Wanneer krijg ik liefde?
Wanneer wordt iemand boos?
Wanneer val ik buiten de groep?
Wanneer ben ik te veel?
En zonder dat je het doorhebt, ga je jezelf aanpassen om zoveel mogelijk verbinding te houden met de mensen om je heen.
Niet omdat je zwak bent.
Niet omdat je moeilijk doet.
Maar omdat je als kind afhankelijk bent van anderen.
Je hebt veiligheid nodig. Je hebt verbinding nodig. Je hebt het gevoel nodig dat je ergens bij hoort.
Dat zit diep in ons verweven.
We zijn sociale wezens. Vroeger was bij de groep horen belangrijk om te overleven. Alleen staan was gevaarlijk en afwijzing kon letterlijk levensbedreigend zijn. Nu leven we in een heel andere tijd, maar ons systeem kan nog steeds reageren alsof afwijzing iets is wat we koste wat het kost moeten voorkomen.
Daarom kan een simpele blik, een scherpe opmerking of het gevoel dat iemand je minder leuk vindt, nog steeds zo hard binnenkomen.
Niet omdat je overdreven reageert.
Maar omdat er iets geraakt wordt in dat oude verlangen om erbij te horen.
Misschien heb je vroeger geleerd dat je vooral lief moest zijn om erkenning te krijgen. Dat je geen gedoe moest maken. Dat je rekening moest houden met anderen, ook als dat ten koste ging van je eigen ideeën en gevoelens. Dat je beter niet te veel ruimte kon innemen.
Als je waardering kreeg wanneer je makkelijk was, hielp, je aanpaste of niet lastig was, dan kun je onbewust de boodschap hebben meegenomen: als ik mezelf klein houd, word ik geaccepteerd en blijf ik veilig.
Of je werd kleiner door opmerkingen van anderen.
Een klasgenoot die jaloers was.
Iemand die zei dat je niet moest denken dat je zo goed was.
Een groep waarin je voelde dat je beter niet te veel mocht opvallen.
Een omgeving waarin jouw enthousiasme werd afgekapt voordat je er zelf in kon geloven.
Dat soort momenten lijken soms klein, maar voor een kind kunnen ze groot zijn.
Want als je jong bent, kun je nog niet altijd denken: dit zegt meer over die ander dan over mij. Je neemt het sneller mee naar binnen. Je gaat twijfelen, controleren en aanpassen. Je laat minder zien van wie je bent, omdat dat veiliger voelt.
Niet te veel stralen.
Niet te veel zeggen.
Niet te blij zijn met jezelf.
Niet buiten de groep vallen.
En later, als volwassene, kunnen al die kleine momenten nog steeds doorwerken.
Je krijgt een mooi compliment, maar wuift het weg.
Je hebt een idee, maar houdt het voor je.
Je voelt dat iets niet klopt, maar negeert je gevoel en past je toch aan.
Je wilt iets maken, delen of verkopen, maar denkt: wie zit er op mij te wachten?
Dan lijkt het alsof je onzeker bent over vandaag.
Maar soms reageer je vanuit vroeger.
Vanuit dat kind dat ooit leerde: maak jezelf maar iets kleiner, dan blijf je veilig.
Dat betekent niet dat je je verleden overal de schuld van moet geven.
En het betekent ook niet dat je erin moet blijven hangen.
Maar het betekent wel dat je eerlijk mag kijken.
Waarom reageer ik zo?
Waar heb ik dit geleerd?
Past deze reactie nog bij wie ik nu ben?
Of bescherm ik mezelf nog steeds op een manier die vroeger logisch was, maar nu niet meer nodig is?
Want sommige dingen die je vroeger hielpen, kunnen je nu tegenhouden.
Als kind kan aanpassen slim zijn geweest. Het hield de sfeer rustig. Het zorgde ervoor dat je erbij hoorde. Het voorkwam spanning en gaf je een gevoel van veiligheid.
Maar als volwassene kan datzelfde aanpassen ervoor zorgen dat je jezelf kwijtraakt.
Als kind kan stil zijn veilig zijn geweest. Je viel minder op. Je kreeg minder commentaar. Je werd minder snel afgewezen.
Maar als volwassene kan datzelfde stil zijn ervoor zorgen dat je niet zegt wat je nodig hebt.
Als kind kan lief zijn je liefde hebben opgeleverd.
Maar als volwassene kan altijd lief moeten zijn ervoor zorgen dat je geen grenzen meer voelt.
Daar zit vaak de pijn.
Niet dat je vroeger iets verkeerd hebt gedaan. Je hebt gedaan wat op dat moment nodig voelde.
Alleen mag je nu opnieuw kijken wat je nog wilt vasthouden en wat je mag loslaten.
Je hoeft niet alles wat je geleerd hebt weg te duwen. Er zitten waarschijnlijk ook mooie dingen tussen. Rekening houden met anderen. Zorgzaam zijn. Doorzetten. Verantwoordelijkheid nemen.
Dat zijn waardevolle eigenschappen.
Maar ze mogen niet ten koste blijven gaan van jezelf.
Zorgzaam zijn betekent niet dat je altijd beschikbaar moet zijn.
Rekening houden met een ander betekent niet dat jij jezelf moet overslaan.
Sterk zijn betekent niet dat je geen steun nodig hebt.
Lief zijn betekent niet dat je geen nee mag zeggen.
Soms begint groei niet met iets nieuws leren.
Soms begint het met jezelf afvragen of oude regels nog wel kloppen.
Regels die je nooit bewust hebt gekozen.
Zoals:
Ik moet aardig blijven.
Ik mag niemand teleurstellen.
Ik moet mezelf bewijzen.
Ik moet niet te veel ruimte innemen.
Ik moet dankbaar zijn met wat ik krijg.
Ik moet sterk zijn.
Ik moet het alleen kunnen.
Maar wie zegt dat die regels vandaag nog waar zijn?
Wie ben jij zonder die oude regels?
Wat zou je doen als je niet meer zo bang was om buiten de groep te vallen?
Wat zou je zeggen als je niet meteen bezig was met wat een ander daarvan vindt?
Wat zou je kiezen als je jezelf niet langer kleiner hoefde te maken?
Daar begint terug naar jezelf gaan.
Niet met jezelf ineens compleet veranderen. Niet met boos worden op vroeger. Niet met alles perfect begrijpen.
Maar met eerlijk kijken.
Naar wat je doet.
Naar waarom je het doet.
Naar wat je nog dient.
En naar wat je langzaam mag loslaten.
Want sommige patronen waren ooit bescherming.
Maar niet alles wat je beschermd heeft, hoeft je hele leven met je mee.
Wil je daar rustig mee beginnen? In mijn gratis reflectie Terug naar jezelf vind je 7 eerlijke vragen die je helpen kijken waar jij jezelf misschien nog voorbijloopt.
Niet om jezelf te veroordelen.
Wel om jezelf beter te begrijpen.
En om stap voor stap te ontdekken wat je mag vasthouden en wat je niet langer hoeft te dragen.