Ik was sterk, maar ik was mezelf kwijt

Alle liefde lag ineens in mijn armen.

Mijn baby. Mijn kleine kereltje.

Ik had nooit gedacht dat je zo snel zoveel liefde kon voelen voor zo’n klein wezentje in je armen. Vanaf dat moment had ik alles voor hem over. De nachten eruit. De luiers. Spuug over mijn kleding. Rekening houden met zijn ritme, zijn slaapjes, zijn hapjes.

Hij kwam op nummer één.

En dat voelde logisch. Natuurlijk kwam hij eerst.

Maar dagen werden weken. Weken werden maanden. En voordat ik het doorhad, was er een jaar voorbij. Misschien zelfs meerdere jaren.

En ergens onderweg was ik mezelf kwijtgeraakt.

Ik was uitgeput. Alles draaide om mijn gezin. Eerst mijn gezin, inclusief de hond. Daarna werk, familie en vrienden. En ikzelf? Ik stond nergens op dat rijtje.

Ik leefde wel, maar vooral op de automatische piloot.

Er was weinig echte vreugde. Alles voelde als iets wat moest. Ik had geen tijd voor mezelf, want er was altijd wel iemand of iets dat voorrang kreeg. Iemand die iets nodig had. Iets dat geregeld moest worden. Iets dat niet kon wachten.

En ik dacht dat dit erbij hoorde.

Ik had geleerd om zelfstandig te zijn. Je hoeft niet afhankelijk te zijn van een ander. Je redt jezelf. Een sterke vrouw heeft geen hulp nodig.

Dat klinkt mooi. En ergens is zelfstandigheid ook waardevol.

Maar bij mij kreeg het een andere kant.

Ik raakte eraan gewend om vooral geen hulp te vragen. Niet omdat iemand dat letterlijk zo tegen mij zei, maar wel omdat het zo ging voelen. Ik moest het kunnen. Ik moest doorgaan. Ook met korte nachten en met bergen was. Ook wanneer mijn hoofd vol zat en mijn lichaam moe was.

Want ik was toch sterk?

Ondertussen merkte ik niet dat steeds meer mensen op mij gingen leunen. Ik vond het normaal. Wie was ik om nee te zeggen?

Want ik had ook geleerd om rekening te houden met anderen. En wie niet? We leren al vroeg om netjes te zijn. Rustig te zijn. Niet te veel herrie te maken. Te luisteren. Lief te zijn.

En vooral dat laatste blijft hangen.

Lief zijn wordt beloond.

“Wat ben jij toch lief.”

“Jij denkt ook altijd aan iedereen.”

“Op jou kunnen we altijd rekenen.”

En dat klinkt als waardering. Tot je merkt dat je vooral gewaardeerd wordt omdat je jezelf steeds aanpast.

Ik denk dat veel vrouwen dat kunnen herkennen. Er wordt steeds meer verwacht. De huishoudelijke taken, de moederlijke taken en blijven werken. We moeten sterk zijn, maar ook lief. Zelfstandig, maar niet hard. Duidelijk, maar geen bitch. Moe, maar geen zeur.

En ergens daartussen raak je jezelf kwijt.

Bij mij bleef er op een gegeven moment weinig over.

Pas toen iemand tegen mij zei: “Je bent compleet uitgeput. Wanneer krijg jij eigenlijk de kans om te ontspannen?” viel het stil.

Ik had geen antwoord.

Er werden toen een paar dingen afgesproken, zodat ik ook wat ruimte zou krijgen. Maar zodra die afspraken niet goed uitkwamen voor een ander, was ik degene die weer inschikte.

Weer niet gezien.

Weer niet gekozen.

Weer mezelf opzijgezet.

Pas later, in therapie, begon ik te begrijpen wat er werkelijk speelde.

Ik had geen grenzen.

Toen dat voor het eerst werd gezegd, dacht ik nog: dat valt toch wel mee? Ik ben sterk. Ik regel veel. Ik heb veel voor elkaar.

Maar ik had het mis.

Ik had zelfs heel erg mis.

Meerdere mensen in mijn omgeving namen veel van mij, terwijl ik daar weinig tot niets voor terugkreeg. Niet omdat ik één keer iets deed voor een ander, maar omdat het patroon zo was geworden. Ik gaf. Ik paste me aan. Ik dacht mee. Ik voelde aan. Ik loste op.

En als ik moe was, ging ik toch door.

Ik moest opnieuw leren beginnen. Niet groot. Niet perfect. Gewoon met kleine stappen.

Een keer nee zeggen als ik iets niet wilde doen.

Geen lange verklaring. Geen hele verdediging. Gewoon nee.

Dat gaf verschillende reacties.

De één nam het gewoon aan. De ander vond het minder prettig. Soms kwam er boosheid. Soms werd mijn grens uitgelegd als egoïsme.

En dat raakte mij.

Want als je nooit echt grenzen hebt gehad, voelt het ineens heel groot wanneer je ze wel gaat aangeven. Niet alleen voor de ander, maar ook voor jezelf.

Ik voelde me schuldig.

Want iemand vroeg toch gewoon om hulp? Om aandacht? Om mijn aanwezigheid? En dan zei ik nee.

In mijn hoofd ging ik meteen invullen wat iemand van mij zou vinden. Vinden ze me nog wel lief? Ben ik nu egoïstisch? Stel ik teleur? Gaat dit iets kapotmaken?

Dat gevoel kan enorm groot zijn.

Want kun jij tegen iemand nee zeggen zonder je schuldig te voelen?

Zonder angst?

Zonder meteen bang te zijn dat jouw nee schade brengt aan de relatie?

Grenzen aangeven is tegenwoordig een populair onderwerp. Je hoort het overal. Je moet grenzen stellen. Je moet voor jezelf kiezen. Je moet jezelf op één zetten.

Maar als je jarenlang geen duidelijke grenzen hebt gehad, is dat helemaal niet zo simpel.

Dan voelt het normaal dat jouw keuzes gevormd worden door een ander. Door wat iemand verwacht of wat handig is. Wat de sfeer goed houdt en misschien door wat voorkomt dat iemand boos, teleurgesteld of afstandelijk wordt.

Daarom begint grenzen aangeven niet met hard worden.

Het begint met bewust worden.

Waar zeg je ja tegen?

En waarom zeg je ja?

Omdat je het echt wilt?

Omdat het van je verwacht wordt?

Omdat je bang bent voor de reactie van de ander?

Of omdat je eigenlijk nee voelt, maar toch ja zegt?

Dat is het begin.

Niet jezelf veroordelen. Niet alles in één keer anders doen. Alleen eerlijk durven kijken.

Want bewust worden van je grenzen is de eerste stap terug naar jezelf.

Wil je daar rustig mee beginnen? Ik heb 7 gratis reflectievragen gemaakt die je helpen om eerlijker te kijken naar jezelf, je patronen en de plekken waar jij jezelf misschien steeds voorbijloopt.

En als je iets over jezelf ontdekt, zou ik het mooi vinden als je het met me deelt. Je kunt me vinden op Instagram via innerleaf.by.esther en op Facebook via Innerleaf by Esther.


Liefs Esther

Vorige
Vorige

Wat je vroeger leerde, draag je nu nog met je mee.

Volgende
Volgende

Waarom goed voor jezelf zorgen vaak het eerste is dat verdwijnt