Waarom blijf ik doorgaan terwijl ik rust nodig heb?

Ik wist vaak best dat ik rust nodig had.

Dat is misschien nog wel het lastige. Het was niet alsof ik niet voelde dat ik moe was. Mijn lichaam gaf signalen genoeg. Mijn hoofd was vol. Ik had geen echte rust meer in mezelf. Alles bleef maar doorgaan, ook wanneer ik eindelijk even zat.

Maar toch ging ik door.

Niet omdat ik dacht dat rust onbelangrijk was. Niet omdat ik mezelf expres wilde uitputten. Maar omdat er altijd iets was dat eerst moest. Eerst het huis. Eerst de kinderen. Eerst werk. Eerst school. Eerst de mensen om me heen. Eerst zorgen dat alles een beetje bleef lopen.

Rust mocht later wel.

Als alles af was. Alleen was alles nooit af.

Ik denk dat dit patroon al veel eerder begint dan we vaak doorhebben. Als jong kind leer je al dat je rekening moet houden met anderen. Je leert samen spelen. Je leert wachten op je beurt. Je leert dat je niet zomaar alles kunt doen zoals jij het wilt. Op school leer je rekening houden met elkaar, luisteren, meedoen en je gedragen.

En als je dat goed doet, ben je een lieve meid. Dat wordt beloond.
Je bent zorgzaam. Makkelijk. Aardig. Fijn om erbij te hebben. Iemand op wie anderen kunnen rekenen.

Dat klinkt mooi. En ergens is het dat ook. Rekening houden met elkaar is belangrijk. Maar ergens kan het ook doorslaan. Je leert niet alleen om rekening te houden met anderen. Je leert ook dat jouw eigen behoefte vaak kan wachten.

Eerst de ander/ Eerst de groep/ Eerst wat hoort / Eerst wat nodig is.
En ergens helemaal onderaan kom jij zelf misschien nog een keer.

Ook bij mij ging dat mijn hele leven door. Steeds opnieuw was er wel iets dat eerst in orde moest zijn. Mijn omgeving moest in orde zijn. Het huis moest in orde zijn. Mijn sociale contacten moesten onderhouden worden. Op werk moest alles door. Thuis moest alles draaien.

En natuurlijk is er altijd wel iets. Dat is juist het probleem.

Er is altijd nog een was. Een bericht. Een afspraak. Een kind dat iets nodig heeft. Iets wat geregeld moet worden. Iemand waar je rekening mee houdt. Iets waarvan je denkt: dat moet ik eigenlijk nog even doen.

Het lijstje raakt nooit op.

Maar toch bleef ik ergens geloven dat ik pas rust mocht nemen als dat lijstje leger was. Alsof ik eerst moest bewijzen dat alles goed genoeg was voordat ik mocht stoppen.

Wanneer ik dan toch even stopte, kwam het schuldgevoel. Dan zat ik misschien eindelijk even, maar mijn hoofd ging meteen verder.

Dit is nog niet gedaan.
Daar moet je nog op reageren.
Je had eigenlijk nog iets moeten opruimen.
Je moet dit nog regelen.
Je bent vast iemand vergeten.

Dan zat mijn lichaam misschien stil, maar vanbinnen bleef ik gewoon aanstaan. En dat is geen echte rust.
Ik ging door. Er was steeds iets dat belangrijker leek dan mijn rust. Iets dat meer haast had. Iets dat harder riep.

Maar doorgaan is niet hetzelfde als goed gaan. Dat verschil ben ik pas later echt gaan begrijpen.

Omdat je nog functioneert en dingen nog wel gedaan worden, denk je dat het nog kan.

Dat maakt het zo verraderlijk.

Misschien herken jij dat ook. Dat je weet dat je rust nodig hebt, maar toch doorgaat. Niet omdat je jezelf niet belangrijk vindt, maar omdat alles om je heen harder lijkt te roepen dan jij.

Een kind dat iets vraagt, klinkt harder dan jouw vermoeidheid. Werk klinkt harder dan jouw behoefte aan rust. Een huis dat rommelig is, klinkt harder dan jouw lichaam dat zegt dat het genoeg is geweest. Iemand die iets van je verwacht, klinkt harder dan jouw eigen grens.

En omdat weten dat je rust nodig hebt nog niet hetzelfde is als rust nemen op het moment dat alles in jou roept dat je door moet. Daar zit voor mij de echte moeilijkheid.

Niet in het weten, maar in het doen.

Je weet vaak best dat je beter voor jezelf moet zorgen. Je hebt misschien al genoeg gelezen over rust, grenzen, zelfzorg en naar je lichaam luisteren. Maar op het moment zelf is het toch anders.

Dan komt het oude patroon terug.
Nog even doorgaan.
Nog even volhouden.
Nog even zorgen dat alles klopt.

Verandering begint daarom niet met een groot besluit. Niet met alles omgooien. Niet met ineens perfect voor jezelf zorgen. Het begint het met één klein moment waarop je merkt dat je jezelf weer naar later schuift.

Dat je denkt: eerst nog even.

En dat je jezelf dan afvraagt: Moet dit echt nu?
Of ben ik weer mijn rust aan het uitstellen?

Niet om jezelf streng toe te spreken. Dat doen we vaak al genoeg. Wel om eerlijker te kijken.

Waar ben ik moe, maar ga ik toch door?
Waar voel ik spanning, maar luister ik niet?
Waar denk ik dat rust pas mag als alles af is?
Waar zet ik mezelf weer onderaan?

Want die oneindige lijst aan verwachtingen krijg je nooit helemaal af. Er komt altijd iets bij.
Maar jij hoort niet pas te bestaan als alles en iedereen om je heen geregeld is.
Jij hoort ook op dat lijstje.
Niet onderaan, als er toevallig nog tijd over is, maar ergens waar je jezelf niet steeds vergeet.

Als je dit herkent, is mijn e-book misschien een rustig beginpunt voor je. Niet als snelle oplossing, maar als plek om stil te staan bij wat jij steeds draagt, waar je jezelf voorbijloopt en hoe je in kleine stappen weer dichter bij jezelf kunt komen.

Je hoeft niet alles ineens anders te doen, maar je mag wel beginnen met jezelf niet steeds naar later schuiven.

Vorige
Vorige

Ik kan pas rusten als alles af is

Volgende
Volgende

Ik weet dat ik beter voor mezelf moet zorgen, maar ik ga toch door