Ik weet dat ik beter voor mezelf moet zorgen, maar ik ga toch door
Ik wist best dat ik beter voor mezelf moest zorgen.
Dat is misschien nog wel het frustrerende. Het was niet alsof ik niet wist dat rust belangrijk was. Ik voelde de vermoeidheid in mijn lichaam en dat mijn hoofd geen rust had. Ik merkte dat ik steeds minder kon hebben.
Maar er moest nog zoveel.
Er was altijd iets wat eerst moest. Eerst dit afmaken. Eerst zorgen dat thuis alles liep. Eerst door die periode heen. Eerst nog even sterk blijven. Rust mocht later wel. Als alles wat rustiger was. Als alles meer op orde was. Als ik eindelijk niet meer overal tegelijk op hoefde te letten.
Alleen kwam dat moment niet.
Of eigenlijk kwam het veel later dan goed voor me was.
Ik had een omscholing van anderhalf jaar achter de rug. Er was pubergedrag in huis dat eindelijk iets stabieler werd. Ik had een hersenschudding gehad die langzaam weer wegebde. Er was iemand dichtbij mij ziek geweest, zonder dat duidelijk was wat er precies aan de hand was, en ook dat ging eindelijk wat meer de goede kant op. Alsof er eindelijk een beetje lucht kwam. Alsof er voorzichtig weer ruimte ontstond om adem te halen.
Ik nam een week vakantiedagen op. Gewoon even niets hoeven en die rust nemen. Eindelijk geen druk van alles wat nog af moest. Eindelijk even ruimte. ( dit was al jaren aan de gang)
Maar in plaats van dat mijn lichaam opgelucht herstelde, kwam de klap.
Ik kreeg een burn-out.
Achteraf voelde het bijna alsof mijn lichaam zei: hè hè, eindelijk. Eindelijk mag ik stoppen. Eindelijk hoef ik niet meer overeind te blijven. Eindelijk is er ruimte om te laten voelen hoe lang dit eigenlijk al te veel was.
Dat vond ik confronterend.
Want ik had al die tijd gedacht dat ik het nog wel volhield. En ergens was dat ook zo. Ik functioneerde nog. Ik deed wat nodig was. Ik bleef doorgaan. Maar doorgaan is niet hetzelfde als goed gaan.
Dat is iets wat ik pas later echt ben gaan begrijpen.
Je kunt heel lang doorgaan terwijl je eigenlijk al over je grens bent. Je kunt nog werken, zorgen, regelen, reageren, plannen en lachen, terwijl je lichaam vanbinnen allang aangeeft dat het op is.
En omdat het nog lukt, denk je dat het nog kan. Dat maakt het zo verraderlijk.
Misschien herken jij dat ook. Dat je best weet dat je beter voor jezelf moet zorgen, maar dat je toch doorgaat. Niet omdat je jezelf niet belangrijk vindt, maar omdat alles om je heen urgenter lijkt.
Een kind dat iets nodig heeft, voelt urgenter dan jouw vermoeidheid. Werk voelt urgenter dan jouw rust. Een ziek familielid, een moeilijke periode, een huis dat blijft draaien, mensen die op je rekenen; het voelt allemaal alsof jij nog even moet blijven staan.
Dus je schuift jezelf door naar later. Later ga ik rust nemen. Later ga ik beter naar mezelf luisteren. Later ga ik stoppen met steeds over mijn grens gaan. Later ga ik voelen wat ik nodig heb.
Maar later is soms te laat.
Niet omdat je fout bent geweest. Niet omdat je het expres hebt laten gebeuren. Vaak doe je gewoon wat je op dat moment kunt met wat je draagt. Je probeert overeind te blijven in een periode waarin er veel van je gevraagd wordt.
Alleen mag je daarna wel eerlijk kijken.
Hoe lang ben ik eigenlijk al aan het doorgaan?
Welke signalen heb ik steeds weggeduwd?
Waar voelde mijn lichaam al nee, terwijl ik toch verder ging?
Waar wachtte ik op voordat ik rust mocht nemen?
Dat zijn geen vragen om jezelf mee af te straffen. Je hebt waarschijnlijk al streng genoeg naar jezelf gekeken. Het zijn vragen om te begrijpen waar je jezelf steeds bent voorbijgelopen.
Want beter voor jezelf zorgen begint niet altijd met een vrije dag nemen. Soms begint het veel eerder. Bij het moment waarop je merkt dat je weer denkt: nog even. Bij het moment waarop je lichaam moe is, maar je hoofd zegt dat het niet uitkomt. Bij het moment waarop je voelt dat je rust nodig hebt, maar jezelf vertelt dat het pas mag als alles af is.
Alleen is alles bijna nooit af.
En als je wacht tot alles rustig is voordat jij mag stoppen, kan het gebeuren dat je lichaam uiteindelijk zelf op de rem trapt.
Misschien hoeft het daarom niet meteen groots. Niet alles omgooien. Niet ineens perfect voor jezelf zorgen. Niet jezelf verwijten dat je het eerder had moeten zien.
Begin kleiner.
Met opmerken wanneer je jezelf weer naar later schuift.
Met serieus nemen dat vermoeidheid ook een signaal is.
Met één moment rust voordat alles af is.
Met jezelf afvragen: wat heb ik nu nodig, ook al is nog niet alles opgelost?
Dat voelt misschien ongemakkelijk. Zeker als je gewend bent om pas te stoppen wanneer iedereen en alles geregeld is. Maar jij bent geen taak die je later nog wel oppakt. Jij bent degene die dit allemaal draagt.
En als jij steeds doorgaat terwijl je lichaam al vraagt om rust, verdwijnt die behoefte niet.
Die wacht. Tot jij luistert. Of tot je niet meer anders kunt.
Wil je daar rustig mee beginnen? In mijn gratis reflectie Terug naar jezelf vind je 7 eerlijke vragen die je helpen ontdekken waar jij jezelf misschien steeds voorbijloopt.
Niet om jezelf te veroordelen. Wel om eerder te leren voelen waar jouw lichaam al langer om vraagt.