Waarom voelt een stapje terug doen soms als falen?
Laatst zei mijn fysiotherapeut tegen me dat ik echt een stapje terug moest doen.
Niet nog even doorgaan. Niet kijken of het misschien tóch nog een stapje verder kon. Juist eerder stoppen en beter luisteren en voelen naar wat mijn lichaam aangaf.
En ergens klinkt dat heel logisch.
Maar wanneer je gewend bent om precies het tegenovergestelde te doen is dit een vreemd iets.
Want hoeveel van ons zijn niet opgegroeid met zinnen als:
Kom op, je kunt het nog wel.
Nog even doorzetten.
Probeer nog één stapje verder.
Geef niet te snel op.
Je kunt meer dan je denkt.
En het gekke is: dat zijn helemaal geen gemene opmerkingen. Vaak worden ze juist gezegd om je aan te moedigen. Om je zelfvertrouwen te geven. Om ervoor te zorgen dat je niet bij het eerste beetje weerstand opgeeft.
Doorzetten wordt beloond. Een stapje verder gaan voelt als vooruitgang.
Iets zwaarders proberen betekent dat je sterker wordt.
En stoppen? Dat voelt al snel alsof je opgeeft.
Als doorzetten automatisch wordt
Daar zat voor mij ineens iets belangrijks.
Als je jarenlang hebt geleerd dat verder gaan goed is, dan is het helemaal niet zo makkelijk om als volwassene ineens naar je lichaam te luisteren.
Je lichaam kan zeggen: dit is genoeg.
Maar je hoofd heeft ondertussen een heel ander verhaal geleerd:
Het kan nog wel.
Doe niet zo moeilijk.
Je bent nog niet eens echt moe.
Nog eentje dan.
En voor je het weet ben je alweer over dat punt heen.
Niet omdat je je grens niet wilt respecteren. Misschien zelfs niet omdat je hem helemaal niet voelt.
Maar omdat je hebt geleerd om een grens te behandelen als een punt waar je overheen moet.
Misschien zit de uitdaging soms juist in minder
We hebben het vaak over groeien, sterker worden en uit onze comfortzone stappen.
Maar wat als jouw volgende stap juist iets anders vraagt?
Stoppen terwijl je eigenlijk nog één ding zou kunnen doen.
Een afspraak niet aannemen omdat je merkt dat je moe bent.
Niet wachten totdat je compleet overprikkeld bent voordat je rust neemt.
Niet bewijzen dat je het aankunt.
Dat kan ontzettend onnatuurlijk voelen als je gewend bent om jezelf vooruit te duwen.
En misschien is dát iets wat opnieuw geoefend moet worden.
Niet: hoe ver kan ik nog?
Maar: Wat voel ik nu, en wat heb ik op dit moment nodig?
Een stap terug is niet altijd achteruitgang.
Soms is op tijd stoppen juist iets wat je nog moet leren.
Je hoeft niet alles tegelijk te veranderen. Eén kleine stap die je echt zet, brengt je dichter bij jezelf.