Herstellen van overbelasting: waarom rust alleen niet genoeg is

Ik dacht lange tijd dat rust het belangrijkste was om te kunnen herstellen.

Wanneer ik merkte dat alles mij te veel werd, sloot ik de wereld zoveel mogelijk buiten. Ik wilde geen afspraken maken, geen vragen en zo min mogelijk prikkels. Als ik maar genoeg rust nam, zou mijn energie vanzelf terugkomen.

Die rust had ik ook nodig. Alleen merkt ik pas na een tijdje dat ik daarmee niet automatisch herstelde.

Mijn lichaam deed weinig, maar mijn hoofd bleef bezig. En zodra ik iets meer energie voelde, wist ik niet goed hoeveel ik alweer kon doen. Daardoor ging ik meteen te ver en was ik daarna opnieuw uitgeput.

Rust nemen bleek maar één onderdeel van herstellen.

Herstellen betekent niet voor iedereen hetzelfde

Bij herstel denken we vaak aan slapen, op de bank liggen en afspraken afzeggen. Dat geeft weer even ruimte wanneer je moe of overprikkeld bent.

Maar als dit dagenlang zo min mogelijk doen doorgaat geeft niet altijd nieuwe energie. Misschien word je er juist onrustig van. Gevoel dat je afgesloten bent, je gaat dan meer piekeren of merkt dat je nergens meer zin in krijgt.

Herstel kan ook zitten in een rustige wandeling, iets maken, in de tuin werken, muziek luisteren of praten met iemand bij wie je niets hoeft uit te leggen.

Wat voor de één ontspannend is, kan voor een ander juist energie kosten.
Zelfs iets wat je normaal fijn vindt, kan op een drukke dag te veel zijn.

Daarom bestaat er geen vaste herstelactiviteit die voor iedereen werkt.
Je moet langzaam gaan ontdekken wat op dit moment bij jou past.

Op je telefoon zitten is niet automatisch rust

Je kunt op de bank liggen en ondertussen gedachteloos door je telefoon scrollen. Omdat je lichamelijk niets doet, voelt het misschien alsof je rust neemt.
Toch blijft je aandacht bezig. Je ziet filmpjes, meningen, nieuwsberichten en beelden uit de levens van andere mensen. Voor je het weet ben je een halfuur verder en voelt je hoofd nog voller dan daarvoor.

Bij doomscrollen blijf je vooral hangen in negatieve of onrustige berichten. Je wilt misschien weten wat er gebeurt of zoekt geruststelling, maar je komt steeds weer nieuwe informatie tegen die spanning oproept.

Gedachteloos scrollen kan ook een manier worden om je te verstoppen voor wat je op dat moment voelt. Zolang je blijft kijken, hoef je even niet stil te staan bij je vermoeidheid, de onrust in je lichaam of de gedachten die naar boven komen wanneer het stil wordt.
Dat geeft tijdelijk afleiding. Het is alleen niet altijd hetzelfde als herstellen.

Niet ieder moment op je telefoon is onrust. Een bericht van iemand die je dierbaar is, muziek waar je rustig van wordt of bewust iets bekijken waar je van geniet, kan wel degelijk fijn zijn.

Het verschil merk je vaak achteraf.

Voel je je rustiger en meer aanwezig wanneer je je telefoon weglegt? Of ben je onrustiger, vermoeider en teleurgesteld omdat er ongemerkt veel tijd voorbij is gegaan?

Ook dit is leren luisteren naar je lichaam. Je hoeft jezelf het scrollen niet direct te verbieden. Je mag wel eerlijk gaan herkennen wanneer je telefoon je helpt ontspannen en wanneer je hem gebruikt om even niets te hoeven voelen.

Wat geeft je energie als alles energie lijkt te kosten?

De vraag waar krijg je energie van? klinkt eenvoudig. Toch is hij lastig te beantwoorden wanneer je al lange tijd moe bent.

Misschien weet je het oprecht niet meer. Dingen waar je vroeger van genoot, voelen nu als moeite. Een hobby vraagt concentratie, afspreken kost sociale energie en zelfs bedenken wat je leuk vindt kan als een nieuwe opdracht voelen.

Dan hoef je niet meteen te zoeken naar iets waar je vol energie van terugkomt. Je kunt kleiner beginnen.

Na welke activiteit voelt je hoofd iets rustiger? Wanneer voel je je even wat meer jezelf? Waarna ben je niet méér uitgeput dan daarvoor?

Soms begint herstel niet met iets wat je direct energie geeft. Het begint met ontdekken wat je minder energie kost en wat een klein beetje ruimte geeft.

Je kunt een grens pas bewaken als je haar leert voelen

Ik ging boeken lezen over grenzen stellen en beter voor jezelf zorgen. Ik zocht uit hoe ik mijn grenzen beter kon bewaken en verzamelde steeds meer informatie. Op papier wist ik uiteindelijk best veel.

Ik wist dat ik eerder nee mocht zeggen. Dat ik rust moest nemen. Dat ik niet altijd beschikbaar hoefde te zijn en dat ik beter naar mijn lichaam moest luisteren.

Maar waar moest ik beginnen om dat werkelijk toe te passen?

Want weten dat je moet stoppen, helpt pas als je ook merkt wanneer het genoeg is. En daar zat voor mij het probleem. Ik voelde mijn grens vaak pas wanneer ik er al ver overheen was.

Eerder op de dag leek het nog wel te gaan. Ik kon die ene taak ook nog doen. Die afspraak duurde waarschijnlijk niet lang. Even doorgaan voelde gemakkelijker dan stoppen of iemand teleurstellen.

Pas later kwam de vermoeidheid. De irritatie, het volle hoofd of het gevoel dat ik alleen maar met rust gelaten wilde worden en me terug trok in mijn eigen bubbel.

Je lichaam geeft niet altijd een duidelijke waarschuwing

Luisteren naar je lichaam klinkt alsof je lichaam helder vertelt wat je moet doen.

In werkelijkheid zijn de eerste signalen vaak klein. Je ademhaling wordt oppervlakkiger. Je schouders trekken op. Je leest dezelfde zin drie keer en nog blijft het niet hangen. Geluiden komen harder binnen. Je begint sneller te reageren of merkt dat je nergens meer ruimte voor hebt.

Het is gemakkelijk om die signalen weg te drukken, zeker als er nog iets gedaan moet worden.

Je denkt misschien dat je je niet zo moet aanstellen, straks wel rust neemt of dat iedereen aan het einde van de dag moe is. Zo verschuift het moment waarop je stopt steeds verder naar achteren.

Leren voelen waar je grens ligt, begint daarom met eerder opmerken. Je hoeft het signaal nog niet meteen perfect te begrijpen. Het serieus nemen is de eerste stap.

Waar begin je met herstellen?

Ik zocht lang naar een goed plan. Iets wat mij precies kon vertellen wat ik moest doen om te herstellen en mijn grenzen beter te bewaken.

Maar nog meer informatie was niet wat ik nodig had. Ik moest gaan ervaren wat er gedurende mijn eigen dag gebeurde. Dat kun je heel klein aanpakken.

Kies één moment op de dag waarop je kort stilstaat. Bijvoorbeeld voordat je aan het avondeten begint, wanneer je thuiskomt van je werk of voordat je op een verzoek reageert.

Vraag jezelf af hoeveel energie je op dat moment nog hebt.
Merk op wat je in je lichaam voelt en kijk daarna naar wat je van plan bent te gaan doen.

Past dat nog bij de energie die je over hebt?

Je hoeft niet direct je hele planning te veranderen. Misschien kies je ervoor om één ding later te doen.
Misschien maak je het jezelf vanavond iets gemakkelijker. Of je stopt met een taak voordat alles af is.

Zo leer je niet alleen dát je grenzen hebt, maar ook hoe jouw grens zich aankondigt.

Soms ontdek je je grens pas achteraf

Er zullen dagen blijven waarop je pas achteraf beseft dat iets te veel was.

Dat betekent niet dat je opnieuw hebt gefaald. Juist dat moment geeft informatie. Je kunt terugkijken naar wat er vóór de vermoeidheid of overprikkeling gebeurde.

Was je daarvoor al onrustig? Had je slecht geslapen? Waren er veel mensen die iets van je vroegen? Merkte je eerder op de dag al dat je concentratie minder werd?

Door dit vaker terug te halen, ga je jouw signalen eerder herkennen. Wat eerst pas ’s avonds duidelijk werd, merk je misschien later al aan het einde van de middag. En uiteindelijk herken je het terwijl je nog kunt kiezen om iets aan te passen.

Dat is geen verandering die je binnen een paar dagen perfect beheerst. Het vraagt oefening en herhaling.

Herstel verloopt niet in een rechte lijn

De ene dag kun je meer hebben dan de andere. Soms geeft een activiteit je plezier en energie, terwijl diezelfde activiteit op een andere dag te veel vraagt.

Herstellen betekent daarom niet dat je een perfecte balans vindt en daarna nooit meer over je grens gaat.
Het is een leerproces waarin je steeds beter gaat herkennen wat je nodig hebt.

Rust blijft daar een belangrijk onderdeel van. Maar herstel gaat ook over opnieuw ontdekken wat je goeddoet, hoeveel ruimte je hebt en wanneer het tijd is om te stoppen.

Je hoeft niet eerst alle antwoorden te hebben.

Begin met één moment waarop je niet automatisch doorgaat, maar even voelt wat er op dat moment bij jou gebeurt.

Daar begint de stap van weten wat goed voor je is naar het ook werkelijk doen.

Lees ook: Waarom blijf je moe terwijl je genoeg slaapt?

Blijf je langdurig erg moe, worden je klachten erger of lukken dagelijkse dingen steeds minder goed? Bespreek dit dan met je huisarts of praktijkondersteuner.

Vorige
Vorige

Hoeveel weet jij inmiddels over zelfzorg, zelfliefde en grenzen stellen?

Volgende
Volgende

Je hebt vaker een keuze dan je denkt