Waarom lief zijn soms verandert in jezelf kwijtraken
Merk jij dat je vaak rekening houdt met een ander, nog voordat je echt hebt gevoeld wat jij zelf nodig hebt?
Dat je snel denkt: laat maar, ik doe het zelf wel.
Dat je ja zegt omdat iemand anders het lastig heeft.
Dat je inschikt om de sfeer goed te houden.
Dat je jezelf hoort zeggen dat het niet uitmaakt, terwijl je eigenlijk al teveel doet.
Dan ben je niet alleen.
Zelf moest ik ooit van een therapeut horen dat ik bijna geen grenzen had.
Ik vond dat op dat moment heel raar. Geen grenzen? Natuurlijk had ik wel grenzen. Dat dacht ik tenminste. Ik wist toch best wat ik wel en niet wilde?
Maar later begon ik te begrijpen wat daarmee bedoeld werd. Mijn grenzen waren er misschien wel, maar ze lagen zo ver bij mij vandaan dat ik ze zelf bijna niet meer voelde. Ik was zo gewend geraakt aan geven, aanpassen en aardig blijven, dat ik vooral bezig was met wat een ander nodig had.
Ik had steeds het gevoel dat ik nog niet genoeg gaf. Dat ik nog meer begrip moest tonen. Nog iets langer moest volhouden. Nog liever moest zijn. Nog minder moeilijk moest doen.
Tot ik uiteindelijk compleet opgebrand bij die therapeut zat.
Daar leerde ik iets wat eigenlijk heel simpel klinkt, maar voor mij helemaal niet vanzelfsprekend was: je mag ook lief zijn voor jezelf.
Niet pas als iedereen tevreden is. Niet pas als alles rustig is. Niet pas als je niets meer hoeft te dragen.
Ook jij hoort bij de mensen voor wie je mag zorgen.
Lief zijn lijkt iets goeds. En eigenlijk is dat het ook. Er is niets mis met zorgzaam zijn, rekening houden met anderen of iemand willen helpen. Juist met die zachtheid kan je iets heel waardevols geven. Het maakt dat je ziet wat een ander nodig heeft. Dat je betrokken bent met je omgeving en dat mensen zich bij jou veilig voelen.
Maar ergens kan lief ook iets je je verschuiven.
Dan is het niet meer alleen iets wat uit liefde komt, maar dan wordt het iets wat je doet om spanning te vermijden. Zorgen dat niemand teleurgesteld raakt. Je wilt erbij horen en als aardig persoon gevonden te worden. Niet moeilijk voor je omgeving te zijn en de rust te bewaren, zelfs als het vanbinnen helemaal niet rustig voelt.
En precies daar raak je langzaam jezelf kwijt.
Niet omdat je één keer iets doet voor een ander en niet omdat je een keer helpt terwijl je moe bent of dat je soms flexibel bent. Dat hoort allemaal bij het leven.
Het wordt anders wanneer jij steeds degene bent die inschikt.
Wanneer jij degene bent die altijd aanvoelt wat er nodig is en alvast vooruit denkt. Dat jij de gene bent die het weer oplost en die klaar staat ben begrijpend meeluistert. Je maakt ruimte zodat een ander geholpen is. Je parkeert je eigen behoefte even, omdat die van de ander dringender lijkt.
Na een tijdje merk je misschien niet eens meer dat je jezelf overslaat. Het is gewoon geworden om er altijd voor een ander te wezen. Jij bent nou eenmaal degene die meedenkt. Degene die niet moeilijk doet. Degene die het wel redt. Degene die sterk is. Degene die lief is.
En lief zijn wordt vaak beloond.
Mensen zeggen dat ze op je kunnen rekenen, omdat je zo zorgzaam bent. Dat je altijd klaarstaat voor een ander. Dat jij zo goed aanvoelt wat anderen nodig hebben.
Dit geeft een gevoel van waardering.
Alleen kan het ook een rol worden waar je steeds moeilijker uitkomt.
Zodra mensen gewend zijn dat jij makkelijk meebeweegt, valt het op wanneer je dat een keer niet doet. Als je niet meteen reageert of een keertje niet helpt. Als je een keer niet inschikt. Als je laat weten dat iets niet uitkomt.
Dan kan het voelen alsof je iets verkeerd doet.
Niet omdat je grens verkeerd is, maar omdat je afwijkt van wat anderen van jou gewend zijn.
Merk je dat je daardoor toch weer toegeeft? Je voelt de spanning al voordat iemand iets zegt. Je vult alvast in dat iemand teleurgesteld zal zijn. Je denkt dat je egoïstisch bent. Je vraagt je af of je niet gewoon even moet doorzetten.
En dan doe je het toch maar.
Nog één keer.
Alleen blijft het vaak niet bij één keer.
Je zegt ja tegen iets waar je eigenlijk geen ruimte voor hebt. Je luistert langer dan je aankunt. Je biedt hulp aan voordat iemand erom vraagt. Je past je planning aan, terwijl je al moe was. Je zegt dat het goed is, terwijl je voelt dat er iets in jou dichtgaat.
Aan de buitenkant lijkt het misschien alsof je rustig blijft.
Vanbinnen wordt je hoofd steeds voller.
Je voelt irritatie, maar je vindt dat je niet zo moet doen. Je voelt vermoeidheid, maar je denkt dat iedereen moe is. Je voelt weerstand, maar je noemt het overdreven. Je voelt verdriet, maar je slikt het in omdat het nu niet uitkomt.
Zo wordt lief zijn langzaam iets anders.
Het wordt een manier om jezelf klein te houden.
Misschien heb je dat al vroeg geleerd. Dat lief zijn veilig was. Dat rustig blijven beter werkte dan zeggen wat je vond. Dat je meer waardering kreeg wanneer je makkelijk was. Dat je minder spanning voelde wanneer je jezelf aanpaste.
Als kind begrijp je dat nog niet op die manier. Je voelt alleen wat werkt.
Als je lief bent, is er minder gedoe. Als je meebeweegt, blijft de sfeer beter. Als je niet te veel vraagt, ben je makkelijker. Als je niet lastig bent, krijg je misschien meer liefde, aandacht of goedkeuring.
En wat ooit logisch voelde, neem je vaak mee je volwassen leven in.
Je wordt volwassen, maar het oude patroon blijft zachtjes meedoen.
Op je werk. In je gezin. In vriendschappen. In familie. In relaties.
Je voelt aan wat iemand nodig heeft en past je aan, nog voordat je jezelf hebt gevraagd of je dat eigenlijk wel wilt. Je zegt dat het wel goed is, omdat je geen zin hebt in spanning. Je maakt jezelf kleiner om de verbinding niet kwijt te raken.
Alleen is dat een dure manier van verbonden blijven.
Je blijft misschien dicht bij de ander, maar je raakt verder weg van jezelf.
Dat is het moeilijke aan pleasen. Het voelt niet altijd als pleasen. Het voelt vaak als lief zijn. Als begrip tonen. Als volwassen reageren. Als de verstandigste zijn. Als rekening houden met de omstandigheden.
Soms is dat ook zo.
Maar niet altijd.
Soms noem je iets begrip, terwijl je eigenlijk je eigen behoefte wegduwt. Soms noem je iets geduld, terwijl je over je grens gaat. Soms noem je iets loslaten, terwijl je jezelf niet serieus neemt. Soms noem je iets lief zijn, terwijl je bang bent voor wat er gebeurt als je eerlijk bent.
En dat verschil voel je vaak in je lichaam.
Liefde voelt ruim.
Pleasen voelt gespannen.
Als je iets uit liefde doet, voelt het misschien druk of vermoeiend, maar niet alsof je jezelf verliest. Als je iets doet vanuit pleasen, zit er vaak spanning onder. Een soort haast. Een angst voor reactie. Een gevoel dat je geen echte keuze hebt.
Je doet het niet omdat het klopt.
Je doet het omdat nee zeggen onveilig voelt.
Misschien merk je dat bij jezelf. Dat je ja zegt en daarna meteen leegloopt. Dat je iemand helpt, maar vanbinnen boos wordt. Dat je begrip toont, maar later blijft malen over wat er gebeurde. Dat je aardig blijft, terwijl je eigenlijk gekwetst bent.
Dat zijn signalen.
Niet dat je hard moet worden.
Niet dat je nooit meer iets voor een ander moet doen.
Wel dat jouw lief zijn misschien te vaak ten koste gaat van jezelf.
Je hoeft niet te stoppen met zorgzaam zijn. Dat is niet het doel. Je hoeft niet koud, afstandelijk of hard te worden om beter voor jezelf te zorgen. Je hoeft ook niet ineens overal nee tegen te zeggen.
Maar je mag wel eerlijker kijken naar wat jouw ja jou kost.
Zeg je ja omdat je het wilt?
Of zeg je ja omdat je bang bent dat iemand je anders minder aardig vindt?
Zeg je ja omdat het klopt?
Of omdat je geen gedoe wilt?
Zeg je ja vanuit liefde?
Of vanuit schuldgevoel?
Dat zijn geen makkelijke vragen. Zeker niet als lief zijn lang een deel van je identiteit is geweest. Als mensen jou kennen als degene die altijd rekening houdt met anderen, kan het spannend voelen om daar iets in te veranderen.
Misschien voelt het zelfs alsof je jezelf verliest wanneer je minder gaat pleasen.
Maar meestal gebeurt het tegenovergestelde.
Je verliest niet jezelf.
Je verliest alleen de rol waarin je jezelf steeds moest wegcijferen.
En dat kan onwennig zijn.
Het kan onrust geven. Schuldgevoel. Angst dat mensen je anders gaan zien. Misschien gaan sommige mensen ook echt reageren. Niet iedereen vindt het prettig wanneer jij niet meer vanzelf meebeweegt.
Dat betekent niet dat je terug moet.
Het betekent dat het patroon zichtbaar wordt.
Iemand die gewend is aan jouw ja, moet wennen aan jouw grens. Iemand die gewend is aan jouw begrip, moet wennen aan jouw eerlijkheid. Iemand die gewend is dat jij alles opvangt, moet wennen aan het feit dat jij ook ruimte nodig hebt.
Dat is niet egoïstisch. Dat is gezond.
Jij mag lief zijn zonder jezelf te verliezen. Je mag rekening houden met anderen zonder jezelf over te slaan. Je mag zorgzaam zijn zonder altijd beschikbaar te zijn. Je mag begrip hebben voor iemand anders en toch zeggen: dit lukt mij niet.
Misschien begint het daar.
Niet met een grote verandering, maar met één klein moment van eerlijkheid.
Voordat je ja zegt, even voelen.
Heb ik hier ruimte voor?
Wil ik dit echt?
Doe ik dit uit liefde, of uit angst?
Wat gebeurt er met mij als ik opnieuw inschik?
En misschien is het antwoord soms nog steeds ja. Dat mag. Grenzen voelen betekent niet dat je nooit meer iets geeft.
Het betekent dat jij ook meetelt in wat je geeft.
Dat jouw energie meetelt. Jouw rust. Jouw behoefte. Jouw lichaam. Jouw grens.
Lief zijn is mooi.
Maar niet wanneer jij er langzaam in verdwijnt.
Misschien mag je vandaag eens kijken waar jij lief bent terwijl je eigenlijk moe bent. Waar je begrip toont terwijl iets in jou geraakt is. Waar je jezelf stilhoudt om de sfeer rustig te houden. Waar je ja zegt, maar daarna voelt dat je opnieuw te ver bent gegaan.
Niet om jezelf te veroordelen.
Alleen om eerlijker te zien wat er gebeurt.
Want terug naar jezelf gaan betekent niet dat je minder liefdevol wordt.
Het betekent dat je jezelf niet langer buiten die liefde laat vallen.
Wil je daar rustig mee beginnen? In mijn gratis reflectie Terug naar jezelf vind je 7 eerlijke vragen die je helpen ontdekken waar jij jezelf misschien steeds voorbijloopt.
Niet om jezelf af te keuren.
Wel om te leren voelen waar jouw zorgzaamheid mooi blijft, en waar die langzaam verandert in jezelf kwijtraken.