Stop met jezelf kleiner maken tijdens je re-integratie

Re-integreren na een burn-out klinkt heel logisch. Rustig opbouwen, goede afspraken maken, voelen wat lukt en op tijd je grenzen aangeven op werk. Niet meteen weer terug naar hoe het eerst ging.

Alleen werkt het in de praktijk vaak niet zo netjes.

Je komt terug op je werk en alles is gewoon doorgegaan. De planning loopt, collega’s hebben taken opgevangen en ergens voel je al snel dat er weer iets van je verwacht wordt. Je kan een leidinggevende hebben die wel zegt dat je rustig moet opbouwen, maar ondertussen niet echt meekijk. Of een teamleider die vooral met het rooster bezig is en wanneer je wel kan werken. Als het goed is zijn er afspraken gemaakt, maar gaat het misschien voelen alsof jij degene bent die ze steeds moet bewaken.

En daar begint het dus vaak alweer.

Niet met een grote klap en niet met één duidelijk moment waarop alles misgaat. Maar met kleine stukjes waarin je jezelf opnieuw aan de kant schuift. Je doet toch net iets extra’s. Je blijft bijvoorbeeld toch iets langer. Je draait toch op het normale tempo mee, terwijl je eigenlijk voelt dat het net te veel is. Hier komt ook een schuld gevoel omdat je je collega’s niet wilt laten zitten, zeg je tegen jezelf dat het wel goed komt.

Dat klinkt dan heel redelijk, toch? Het is even pittig, maar het komt goed. Het is logisch dat het zwaar voelt, maar ik heb het altijd al gedaan. Dit gevoel is vast maar tijdelijk.

Soms is dat waar. Maar soms is het ook precies de manier waarop je jezelf weer niet serieus neemt.

Want tijdens burn-out herstel is dat een gevaarlijke valkuil. Je bent aan het herstellen van iets wat vaak juist is ontstaan doordat je te lang bent doorgegaan. Te lang aangepast en alles tegelijk gedaan. Altijd de doorgaan en gedacht dat het nog wel kon. Nu ben je dan terug op dezelfde plek, met dezelfde prikkels, dezelfde mensen, dezelfde druk en vaak ook dezelfde neiging om vooral niet te veel last te veroorzaken.

Natuurlijk wil je je collega’s niet laten vallen en verantwoordelijk zijn voor al hun extra werk. En stel je eens voor dat iemand denkt dat je je aanstelt of niet genoeg je best doet om weer terug op oud tempo te komen.

Zeker tijdens werkhervatting na een burn-out wil je laten zien dat je wel wilt en dat je gemotiveerd bent. Je wilt meewerken. Hier is dan ook meteen het probleem.

Je bent bezig met wat de groep nodig heeft, voordat je eerlijk kijkt naar wat jij aankunt.

En dat doen we vaker dan we denken. We maken onszelf kleiner zodat de rest zo min mogelijk last van ons heeft, bijvoorbeeld aangeven dat iets “een beetje lastig” is, terwijl het ons eigenlijk leegtrekt. We zeggen “het komt wel goed”, terwijl ons lichaam allang aangeeft dat het te hard gaat. Voor de buitenwereld doen we alsof we flexibel zijn, terwijl we vanbinnen vooral bang zijn om moeilijk gevonden te worden.

Je denkt misschien sociaal te zijn en verantwoordelijk. Je houdt rekening met anderen ook als je daardoor opnieuw over je grens gaat. Wanneer dit gebeurd is het geen echte verantwoordelijkheid meer. Je bent je jezelf langzaam weer aan het verlaten.

En dat is precies wat bij re-integreren na een burn-out zo belangrijk is om te zien. Je grens is niet pas belangrijk wanneer je instort, je grens is er juist om te voorkomen dat je opnieuw uitvalt. Als je blijft doen alsof iets wel gaat, terwijl het niet gaat, krijgt je omgeving verkeerde informatie. Dan lijkt het alsof de opbouw haalbaar is en alsof er nog ruimte is. Zo gaat je omgeving denken dat je meer aankunt dan werkelijk zo is.

Dat betekent niet dat alles jouw schuld is. Een werkgever heeft verantwoordelijkheid bij re-integratie. De afspraken moeten helder zijn en er moet begeleiding zijn. Er moet eerst gekeken worden naar belastbaarheid, niet alleen naar wat handig is voor de planning.

Maar jouw verantwoordelijkheid zit wel in wat jij laat horen.

Het is niet de bedoeling dat jij alles moet dragen. Jij zou niet moeten vechten voor elke afspraak. Maar wanneer jij zwijgt wordt er vaak ruimte geven aan het oude patroon. Als jij blijft zeggen dat het wel gaat, terwijl dit niet het geval is, kan een ander daar makkelijk op verder bouwen. Soms uit onoplettendheid, soms uit drukte, soms omdat mensen vooral zien wat er zichtbaar is. En als jij zichtbaar meedraait, lijkt het alsof het kan.

Daarom is grenzen bewaken tijdens re-integratie geen luxe. Het is onderdeel van herstel.

Dat klinkt makkelijk, maar het is vaak precies het moeilijkste stuk. Een grens aangeven voelt niet altijd krachtig. Het kan voelen alsof je faalt. Alsof je lastig bent en je collega’s opzadelt met jouw probleem. Voor je het weet ben je niet meer bezig met je eigen herstel, maar met wat anderen mogelijk over jou zouden kunnen denken.

Daar gaat zoveel energie naartoe.

Misschien vinden ze me zwak of denken ze dat ik niet wil. Zijn ze misschien geïrriteerd en vinden ze dat ik alweer meer moet kunnen. Praten ze over mij?

Het is een verhaal in je hoofd. Een beschermingsmechanisme dat probeert afwijzing te voorkomen door alvast alles zelf in te vullen. Alleen ga je je daarna gedragen alsof dat verhaal een feit is. Je zegt minder, vraagt minder, neemt minder ruimte in. En ondertussen wordt de druk vanbinnen groter.

En stel dat iemand wél iets vindt. Wat dan nog?

Dat klinkt hard, maar het is wel een eerlijke vraag. Iemand mag het onhandig vinden dat jij je grens aangeeft. Iemand mag balen dat de planning anders moet en dat iemand even moet schakelen. Dat betekent nog niet dat jij dus maar over je eigen grens heen moet stappen.

Een ander mag iets vinden. Jij moet herstellen.

En als jij opnieuw uitvalt, is niemand geholpen. Op korte termijn lijkt het handig om toch dat extra stukje mee te draaien. Dan is de dienst rond, een collega is geholpen, het rooster is minder lastig en de spanning van dat moment is even weg. Maar als je daardoor weer volledig uitvalt, is de schade veel groter. Dan ben je niet een paar uur minder inzetbaar, maar misschien weer weken of maanden kwijt.

Voor jezelf. Voor je werk. Voor thuis. Voor alles wat ook nog energie vraagt.

Daarom moeten we stoppen met doen alsof onze grenzen een probleem zijn voor de groep. Het echte probleem ontstaat juist wanneer we die grens blijven negeren. Dan lijkt het even makkelijker voor iedereen, maar ondertussen bouwt de overbelasting zich weer op.

Een grens aangeven op werk hoeft ook niet groot of dramatisch te zijn. Het hoeft geen heel betoog te worden. Het hoeft niet verpakt te worden in tien excuses. Juist duidelijke taal helpt.

Je kunt zeggen: Dit is voor nu te veel.

Dit past niet bij de opbouw die is afgesproken.

Als ik dit erbij pak, ga ik over mijn belastbaarheid heen.

Ik wil graag blijven opbouwen, maar dan moet het wel binnen mijn herstel passen.”

Dat voelt misschien ongemakkelijk, zeker als je gewend bent om alles glad te strijken. Maar ongemak betekent niet automatisch dat je iets verkeerd doet. Soms is ongemak gewoon het bewijs dat je een oud patroon aan het doorbreken bent.

Het oude patroon zegt: pas je aan. Het nieuwe gedrag zegt: wees eerlijk voordat het misgaat. Het oude patroon zegt: niet lastig zijn. Het nieuwe gedrag zegt: duidelijk zijn is niet hetzelfde als moeilijk doen. Het oude patroon zegt: nog even volhouden. Het nieuwe gedrag zegt: dit is precies hoe ik eerder ben omgevallen.

Daar zit de echte verandering.

Re-integratie gaat niet alleen over terug naar werk. Het gaat ook over niet terug naar dezelfde manier van leven waardoor je bent vastgelopen. Want als je tijdens je werkhervatting weer precies hetzelfde gaat doen, op dezelfde manier, met dezelfde zelfverwaarlozing, dan is de kans groot dat je lichaam opnieuw aan de rem trekt.

Niet omdat je zwak bent, maar omdat je systeem al heeft laten zien dat het niet eindeloos genegeerd kan worden.

En ja, dat vraagt verantwoordelijkheid. Niet de harde soort waarbij je jezelf de schuld geeft van alles. Wel de eerlijke soort waarbij je durft te zien waar je zelf opnieuw meewerkt aan iets wat je leegmaakt. Waar zeg je ja omdat je bang bent voor de reactie? Waar noem je iets “druk”, terwijl het eigenlijk te veel is? Waar gebruik je “het komt wel goed” om niet te hoeven zeggen dat het niet goed gaat?

Dat zijn geen fijne vragen. Wel noodzakelijke.

Want als je niet voor jezelf kunt zorgen, kun je uiteindelijk ook niet goed blijven zorgen voor een ander. Niet als collega, niet als ouder, niet als partner, niet als vriendin, niet als mens. Als je jezelf steeds onderaan zet, komt er een moment dat er niets meer te geven is. Dan is het niet meer flexibel. Dan is het leeg.

Dus nee, dit gaat niet over moeilijk doen. Dit gaat over blijven staan.

Over zeggen: ik wil opbouwen, maar niet ten koste van mezelf. Over begrijpen dat herstel niet betekent dat je zo snel mogelijk weer terug moet naar hoe het was. Misschien was dat oude normaal juist een deel van het probleem.

Maak je vermoeidheid daarom niet kleiner en maak je spanning niet kleiner. Maak je grens niet kleiner en maak je herstel niet kleiner.

Zeg niet te snel dat het wel goed komt, terwijl alles in jou voelt dat het te hard gaat. Want soms is “het komt wel goed” geen hoopvolle zin. Soms is het gewoon een nette manier om jezelf weer even niet serieus te nemen.

En daar mag je mee stoppen.

Niet pas als het misgaat.

Nu.

Vorige
Vorige

Waarom zelfliefde zo lastig voelt

Volgende
Volgende

Waarom je blijft uitstellen, terwijl je weet wat goed voor je is.