Ik zet mezelf altijd op de laatste plaats

Dat klinkt misschien hard, maar soms voelt het wel zo.
Niet omdat je jezelf onbelangrijk vindt. Niet omdat je bewust denkt: ik doe er minder toe. Zo werkt het meestal niet.

Het gebeurt veel stiller.

Je kijkt eerst wat een ander nodig heeft. Je zorgt eerst dat thuis alles loopt. Je denkt eerst aan je kinderen, je werk, je partner, je familie, je afspraken, je berichten, het huis, de planning, de boodschappen, de was, het eten en alles wat nog geregeld moet worden.

En ergens daaronder kom jij.
Als er tijd over is.
Als er energie over is.
Als niemand anders nog iets nodig heeft.
Alleen blijft er vaak weinig over.

Ik vind dit een lastig onderwerp, omdat niet iedereen hier last van heeft. Er zijn ook mensen die veel makkelijker ruimte innemen, hun behoefte uitspreken of gewoon gaan zitten als ze moe zijn. Die niet bij alles eerst denken: kan dit wel, mag dit wel, wat vindt een ander hiervan?

Maar als jij jezelf vaak onderaan zet, herken je waarschijnlijk hoe automatisch dat kan gaan.Je denkt er niet eens altijd bewust over na. Je doet het gewoon.

Eerst de ander. Eerst de taak. Eerst de rust in huis. Eerst zorgen dat alles om je heen een beetje in orde is. Daarna pas kijken wat jij nodig hebt.

En de vraag is: hoe komt dat eigenlijk?

Ik denk dat daar niet één antwoord op is.

Misschien zit een deel in opvoeding. Je leert als kind rekening houden met anderen. Je leert delen. Je leert wachten. Je leert dat je niet altijd je zin kunt krijgen. Dat is op zichzelf helemaal niet verkeerd. We moeten leren samenleven.

Maar sommige kinderen leren ook iets extra’s.

Dat lief zijn betekent dat je makkelijk bent. Dat je goed bezig bent als je niet te veel vraagt. Dat je waardering krijgt wanneer je helpt, luistert, aanvoelt en meebeweegt.

Misschien zit er ook iets in verwachtingen vanuit je omgeving. Als meisje, als vrouw, als moeder, als dochter, als vriendin. Er wordt vaak veel van je zorgzaamheid verwacht. Niet altijd hardop, maar wel in de praktijk.

Wie denkt er aan de verjaardag?
Wie houdt de planning in de gaten?
Wie ziet dat iemand niet lekker in zijn vel zit?
Wie past zich aan als iets niet uitkomt?
Wie voelt zich schuldig als ze even niet beschikbaar is?

Vaak ben jij dat.

En als je dat jarenlang doet, wordt het een patroon.
Dan voelt het normaal dat jij schuift.
Dat jij wacht.
Dat jij jezelf nog even parkeert.
Niet omdat het eerlijk is, maar omdat je eraan gewend bent geraakt.

En veel van wat we doen, gaat automatisch. We reageren vanuit oude gewoontes, oude overtuigingen en oude manieren waarop we ooit hebben geleerd om veilig, lief of nodig te zijn.

Dat betekent niet dat je het zo moet blijven doen.

Dat vind ik belangrijk.

Je kunt iets jarenlang automatisch doen en toch op een dag gaan zien: wacht eens, dit kost mij eigenlijk veel meer dan ik dacht. Want als jij jezelf altijd op de laatste plaats zet, heeft dat gevolgen.

Je raakt moe. Je raakt voller. Je voelt je sneller geïrriteerd. Je voelt je misschien niet gezien. En soms voelt dat extra pijnlijk, omdat je jezelf eigenlijk ook niet ziet.

Je hoort jezelf niet.

Je voelt je lichaam wel, maar schuift het weg. Je merkt dat je rust nodig hebt, maar doet eerst nog iets anders. Je voelt dat iets niet klopt, maar denkt meteen aan wat een ander nodig heeft. Je hebt een behoefte, maar beoordeelt hem nog voordat je hem serieus neemt.

Dan word je niet alleen door anderen overgeslagen.

Je slaat jezelf ook over. Dat is confronterend om te zien. Maar het is ook een begin.

Want je hoeft niet altijd op nummer één te staan. Dat is ook niet waar het om gaat. In een gezin, in vriendschappen, in werk en in relaties draait het niet alleen om jou. Soms vraagt het leven dat je voor een ander zorgt. Soms ben jij even niet de eerste. Dat hoort erbij.

Maar je hoeft ook niet steeds onderaan de ladder te staan.

Niet als moeder.
Niet als partner.
Niet als dochter.
Niet als zus.
Niet als vriendin.
Niet als collega.

Jij hoeft geen bijrol te blijven spelen in je eigen leven. En misschien is dat precies waar het wringt.

Je doet mee in het leven van iedereen om je heen. Je houdt rekening met hun behoeften, hun agenda, hun gevoelens, hun verwachtingen. Maar waar ben jij in dat geheel?

Wanneer vraag jij jezelf: wat heb ik nodig?
Wanneer neem jij jouw vermoeidheid serieus?
Wanneer mag jouw rust ook meetellen?
Wanneer mag jouw nee even belangrijk zijn als de vraag van een ander?

Dat hoeft niet meteen groot. Je hoeft niet ineens alles om te gooien. Je hoeft niet ineens alleen nog maar voor jezelf te kiezen. Je hoeft niet hard te worden of te stoppen met zorgzaam zijn.

Maar je mag wel beginnen met jezelf niet steeds automatisch onderaan zetten.
Misschien begint dat met één klein moment op een dag.
Voordat je ja zegt, even voelen.
Voordat je opstaat om nog iets te doen, even vragen: moet dit nu echt?
Voordat je jezelf streng toespreekt, even erkennen: ik ben moe.

Voordat je weer denkt “ik kom later wel”, jezelf eraan herinneren dat later vaak nooit vanzelf komt.
Je hebt, voor zover we weten, maar één leven.

En dat leven hoeft niet alleen te bestaan uit zorgen, regelen, dragen en wachten tot jij eindelijk aan de beurt bent.
Jij mag ook in beeld komen.
Niet pas als alles af is.
Niet pas als iedereen tevreden is.
Niet pas als je genoeg hebt bewezen.

Gewoon omdat jij ook iemand bent om rekening mee te houden.

Als je merkt dat je jezelf vaak onderaan zet, kan mijn e-book je helpen om daar rustiger naar te kijken. Niet met nog meer moeten, maar met herkenning, reflectie en kleine stappen terug naar jezelf.

Je hoeft niet ineens op nummer één te staan. Maar je hoeft ook niet steeds de laatste te zijn.

Vorige
Vorige

Je hoeft niet eerst leeg te zijn voordat je mag stoppen

Volgende
Volgende

Waarom blijf je moe terwijl je genoeg slaapt?