Je gedachten zijn niet altijd de waarheid

Soms kan één gedachte je hele gevoel veranderen.

Ik ben niet goed genoeg.
Ik doe het toch weer verkeerd.
Ze zullen wel denken dat ik lastig ben.
Dit gaat me nooit lukken.

Wanneer zo’n gedachte vaak genoeg terugkomt, gaat hij steeds vertrouwder voelen. En juist daardoor kan hij ook steeds meer als waarheid gaan klinken, maar een gedachte die vaak terugkomt, is nog geen feit.

Wat je denkt, beïnvloedt hoe je je voelt

Stel dat je iets nieuws wilt proberen.

Nog voordat je begonnen bent, denk je: Dit kan ik vast niet.

Je lichaam reageert daarop. Misschien voel je spanning opbouwen, onzekerheid toenemen of de onrust in je lijf. Je krijgt minder zin om eraan te beginnen en besluit uiteindelijk dat het misschien toch geen goed idee is.

Daarna lijkt het alsof de gedachte gelijk had. Zie je wel. Dit is niets voor mij.

Terwijl je eigenlijk nooit hebt kunnen ontdekken wat er zou gebeuren als je het wél geprobeerd had.
Zo kunnen gedachten ongemerkt invloed krijgen op de keuzes die je maakt.

Negatieve gedachten proberen je soms te beschermen

Dat klinkt misschien vreemd.
Waarom zou een gedachte als ik ben niet goed genoeg je beschermen?
Omdat je brein probeert pijn, afwijzing en teleurstelling te voorkomen.

Als jij jezelf alvast vertelt dat iets waarschijnlijk niet gaat lukken, hoef je misschien ook geen risico te nemen.
Als je ervan uitgaat dat iemand je niet leuk vindt, voelt afstand houden veiliger dan ontdekken of dat werkelijk zo is. En als jij jezelf al bekritiseert voordat iemand anders dat kan doen, kan het voelen alsof een mogelijke opmerking van een ander minder hard aankomt.

Je bent als het ware alvast voorbereid. Alleen heeft die bescherming een prijs.

Want dezelfde gedachten die je proberen te beschermen tegen teleurstelling, kunnen je ook tegenhouden om dingen te proberen, grenzen aan te geven, hulp te vragen of keuzes te maken die eigenlijk belangrijk voor je zijn.

Je hoeft jezelf niet ineens fantastisch te vinden

Wanneer je merkt hoeveel invloed je gedachten hebben, ligt een oplossing voor de hand: Dan moet ik gewoon positiever denken.

Maar zo eenvoudig werkt het meestal niet.

Als je jarenlang denkt: Ik ben niet goed genoeg.

en je probeert dat ineens te vervangen door: Ik ben geweldig en ik kan alles,

dan is de kans groot dat er vanbinnen meteen iets reageert met: Ja hoor. Geloof je het zelf?

Je hoeft jezelf niet te overtuigen van iets wat op dat moment totaal niet geloofwaardig voelt.
De eerste stap is veel kleiner.
Je hoeft je gedachte niet positief te maken.
Je kunt hem eerst onderzoeken.

Is wat je denkt eigenlijk waar?

Neem bijvoorbeeld de gedachte: Ze vindt mij vast egoïstisch omdat ik nee heb gezegd.

Stop daar eens even. Wat weet je werkelijk?

Heeft die persoon letterlijk tegen je gezegd dat ze je egoïstisch vindt?

Of denk jij dat ze dat zal vinden?

Dat verschil lijkt klein, maar is belangrijk.

Je gedachte kan namelijk bestaan uit verschillende dingen:

  • een feit;

  • jouw mening over jezelf;

  • een mening die iemand ooit over je heeft uitgesproken;

  • een verwachting van wat iemand waarschijnlijk zal denken;

  • of een verhaal dat jij zelf hebt ingevuld.

En die dingen voelen soms allemaal hetzelfde.

Feit of verhaal?

Probeer vandaag eens één gedachte te pakken die je onzeker, schuldig of gespannen maakt.

Bijvoorbeeld: Ik stel me aan.

Vraag jezelf daarna: Wat is hier het feit?

Misschien is het feit alleen:

Ik ben vandaag erg moe.

Ik heb aangegeven dat ik niet mee wil.

Iemand antwoordde kort op mijn bericht.

Alles wat daarna komt, kan interpretatie zijn.

Ik ben zwak.
Ze is boos op mij.
Ik had gewoon door moeten zetten.

Dat betekent niet dat je gedachte onzin is. Er kan een reden zijn waarom je hem hebt.
Maar je hoeft hem ook niet automatisch als waarheid aan te nemen.

Van wie is deze gedachte eigenlijk?

Sommige gedachten voelen zo eigen dat je bijna vergeet dat je ze ergens hebt geleerd.

Misschien hoorde je vroeger vaak: Kom op, je kunt nog wel even. Of: Doe niet zo moeilijk.

Of misschien merkte je dat mensen tevredener waren wanneer jij je aanpaste en weinig vroeg.

Jaren later hoeft niemand dat meer tegen je te zeggen.

Je doet het zelf.

Daarom kan het helpen om jezelf af te vragen: Is dit eigenlijk mijn eigen mening?
Of heb ik ooit geleerd zo naar mezelf te kijken?

Je hoeft daar niet meteen een groot antwoord op te vinden. Alleen het herkennen kan al verschil maken.

Een kleine oefening voor vandaag

Wanneer je vandaag merkt dat een gedachte je naar beneden trekt, probeer hem dan niet meteen weg te krijgen.

Schrijf hem op.

En stel jezelf drie vragen:

1. Wat weet ik zeker?
Welke informatie is echt feitelijk?

2. Wat vul ik zelf in?
Welke conclusie trek ik zonder dat ik zeker weet dat die klopt?

3. Zou er ook een andere verklaring mogelijk zijn?

Je hoeft daarna niet te eindigen met een vrolijke gedachte.

Misschien ga je van: Ze vindt mij vast vervelend.

naar: Ik weet eigenlijk niet wat zij denkt.

Dat lijkt misschien een kleine verandering.

Maar dat is precies de bedoeling.

Je hoeft jezelf niet voor te houden dat alles goed is.

Je leert alleen om niet iedere gedachte die door je hoofd gaat automatisch als waarheid te behandelen.

En soms ontstaat daar precies genoeg ruimte om een andere keuze te maken.

Je hoeft niet alles tegelijk te veranderen. Eén kleine stap die je echt zet, brengt je dichter bij jezelf.

Vorige
Vorige

Ben ik wel een goede moeder?

Volgende
Volgende

Waarom nee zeggen zo schuldig kan voelen